Door deze website te gebruiken gaat u akkoord met het gebruik van cookies op de website.

Uit de oude doos (34): Stoere keepers

Uit de oude doos (34): Stoere keepers

22 augustus 2021 14:45

Dirk Veel

Kort geleden stond er een erg leuk stukje over de Kolping Boys keepersgeneraties van onze familie Reus in de Alkmaarse krant. Piet, Armand en Beau stonden figuurlijk te glimmen onder een voetbalzonnetje.
Dit bracht me aan het denken want doelmannen worden niet heel vaak in de schijnwerpers gezet en zij staan altijd wel een beetje op zichzelf buiten de rest van het elftal.

Dat vonden de voetbalbonzen ook al vroeg en het is opvallend bij hoeveel spelregelwijzigingen in de voetbalgeschiedenis de rol van de doelman was betrokken.

Ik som er een paar op.

Vóór 1862 Een speler die de bal in de lucht vangt, heeft recht op een vrije trap. Niemand mag de bal van de grond oppakken, ook de keeper niet (die mag de bal wel vangen en wegstompen).
1862: Elk team bestaat voortaan uit elf spelers (tot nu toe waren dat er maximaal vijftien). De rol van de doelman blijft onveranderd
1863: Het doel moet voortaan bestaan uit twee palen, 8 yards (7,32 m) uit elkaar en 8 feet (244 cm) hoog.
1865: Tussen de twee doelpalen wordt voortaan een koord gespannen. Alleen als de bal onder het koord wordt geschoten is het een doelpunt.
1871: Alleen de keeper mag de bal nog met de hand aanraken.
1875: Tussen de doelpalen komt een doellat.
1891: Invoering van de penalty.
1892: Invoering van het doelnet.
1894: Keepers die de bal klemvast hebben, mogen niet meer over de achterlijn worden geduwd. Vóór die tijd mocht dat gewoon, arme keeper!
1931:  De keeper mag met de bal in zijn handen maximaal vier stappen doen.
1992: Een terugspeelbal mag keeper niet meer in zijn handen nemen

De outfit van de hedendaagse keepers is ook niet meer te vergelijken met die van de doelwachters van voorheen. Vroeger was bijvoorbeeld het dragen van een pet voor een doelman verre van uitzonderlijk. Na de pet kwam de alom bekende zonneklep als modern hulpmiddel maar beide zien we niet meer op de velden. Wat is er gebeurd met de overlast van de zon? Hebben hedendaagse collega’s daar nu geen last meer van? Ik zou het zelf niet weten en een verklaring daarvoor lijkt me ook ver te zoeken.

Nog zo een die standaard was: de kniebeschermer. Ook een attribuut dat inmiddels een museumwaardige status heeft gekregen. Bij moderne keepers horen ze niet meer en ook de elleboog beschermer  heeft die status inmiddels aangemeten gekregen. Een bijdrage in de verklaring daarvoor kan wel zijn dat het spelen op de kneiterharde kleivelden van vroeger bijna niet meer voor komt en zeker op kunstgras zijn de landingen voor de hedendaagse doelmannen aangenaam zacht.

Keepers met brillen? Ook al zo’n uitgestorven sportsoort maar vroeger niet ongewoon. Je moest gewoonweg wel in het voor-contactlens tijdperk

Nog eentje toe: keepershandschoenen. Vroeger ook wel gebruikt maar dan alleen in de winter en voor de rest van het voetbalseizoen gold: op tijd in je handen kwatten en dan: hebben die bal!

Misschien is het leuk om de historische outfit van voetbalkeepers eens nader te beschouwen aan de hand van afbeeldingen. Onderstaand laat vindt de lezer er een aantal en ik sluit af met een verhaal over mijn jeugdheld, de Russische doelman Lev Yashin, de enige doelman die ooit een Gouden Bal kreeg uitgereikt (in 1963).


ODPicture_1.jpg

VOC Rotterdam doelman F. Haage (1911) met pet en sjaal


ODPicture_2.jpg

Dick Schouten, KFC en Alkmaar-Zaanstreek, met bril en zonder handschoenen.


ODPicture_3.jpgEddie Pieters Graafland, Nederlands elftal, zonder handschoenen.


ODPicture_4.jpgGejus van der Meulen, Nederlands elftal zonder handschoenen en met knielappen.


ODPicture_5.jpg

Gert Bals, Ajax, met knielappen en pet en zonder handschoenen.


ODPicture_6.jpg

Jan Jongbloed, Nederlands elftal 1974, zonder handschoenen, met knielappen


ODPicture_7.jpg

Leo Halle, Nederlands elftal, met pet en zonder handschoenen


ODPicture_8.jpg

Peter van der Merwe, NAC, met bril, knielappen, scheenbeschermers en zonneklep, zonder handschoenen.


ODPicture_9.jpg

Piet Kraak, Nederlands elftal, zonder handschoenen


ODPicture_10.jpg

Sepp Maier, Duitsland, zonder handschoenen


ODPicture_11.jpgLev Yashin, Sovjet Unie elftal, met pet maar wel met handschoenen


Sovjet-Unie won allereerste EK voetbal dankzij keeper Yashin

Uit: Rugnummers 16 juni 2020 door Jurryt van de Vooren & Micha Peters


ODPicture_12.jpg

Fotobijschrift: Lev Yashin traint in Rotterdam voor de wedstrijd tegen Feyenoord. Foto: Henk Lindeboom, Anefo/ Nationaal Archief

Op dit moment is juist het EK voetbal gespeeld, het evenement dat een-en-zestig jaar bestaat.

In die allereerste editie van 1960 trok een keeper de meeste aandacht.

Lev Yashin was een revolutionaire keeper, die zestig jaar geleden de Sovjet-Unie aan de eerste Europese titel voor landenteams hielp. Door velen wordt hij gezien als de beste keeper uit de voetbalgeschiedenis. Als enige doelman die ooit de Gouden Bal won, kan dat best eens zo zijn.

Totale ondergeschiktheid

De in 1929 in Moskou geboren Yashin kende een kindertijd van hongerwinters en gebrek aan alles. Hij groeide in de jaren dertig op in het Moskouse voorstadje Bogorodsk. Het waren de jaren van Stalinistische terreur, van zuiveringen, terechtstellingen en strafkampen. Miljoenen burgers stierven een ellendige dood vanwege Stalins paranoia.

Toen de Duitsers eind juni 1941 de Sovjetunie binnenvielen, stonden ze enkele maanden later voor de poorten van Moskou. De twaalfjarige Yashin werd van school gehaald en moest aan de slag in de lokale metaalfabriek om het Russische leger van munitie te voorzien. Yashin leerde zo op jonge leeftijd al wat discipline, noeste arbeid en totale ondergeschiktheid aan het collectief was.

Yashin zocht afleiding in het voetbal en speelde in het elftal van de metaalfabriek. Al snel werd hij ontdekt door scouts van Dynamo Moskou. Voor de dezelfde club ging hij ook aan de slag als doelman van het ijshockeyteam. In 1953 werd hij met dit team zelfs kampioen van de Sovjet-Unie. Yashin viel op door zijn snelle reflexen, lenigheid, spelinzicht, doortastendheid en koelbloedigheid.

In de loop der jaren groeide hij ook fysiek uit tot een indrukwekkende verschijning: een breedgeschouderde kerel van 1 meter 89 met een stuurse blik. Om het geheel af te maken droeg hij altijd een geheel zwarte outfit. Zijn bijnaam? De Zwarte Spin.

Een sigaret en een borrel

De internationale voetbalwereld maakte in 1956 voor het eerst kennis met de zelfverzekerde keeper. Tijdens de Olympische Spelen van Montreal wist hij met zijn verbluffende reddingen het publiek te verrassen en te vermaken. In vijf wedstrijden hoefde hij slechts twee tegentreffers te incasseren. De Sovjet-Unie pakte goud en de wereld wist wie Yashin was.

Twee jaar later kwam het WK voetbal voor het eerst op televisie. De wereld zag nu niet alleen Pele voor het eerst op de beeldbuis schitteren, maar ook de wonderbaarlijke Sovjetkeeper. Stond een keeper normaal gesproken op zijn doellijn, Yashin vloog het liefst naar voren. Om het spel op te bouwen, of om een aanval van de tegenstander vroegtijdig af te kappen.

Daarnaast stopte hij met gemak strafschoppen, naar verluidt 150 in totaal. Het geheim achter zijn innerlijke rust tijdens de wedstrijd? "Een sigaretje om rustig te worden, en dan een borreltje om je spieren klaar te maken."

Yashin dirigeerde zijn team in woord en gebaar: hij was de eerste meevoetballende keeper. Na het WK zou hij uitgeroepen worden tot beste keeper van de wereld. De Sovjet-Unie werd weliswaar in de kwartfinale uitgeschakeld, maar het team had laten zien dat het solide en veelbelovend was.

Ondertussen was er ook buiten het voetbal veel gebeurd in de Sovjet-Unie. Na de dood van Stalin in 1953 brak onder leiding van Nikita Chroesjtsjov een periode van politieke ontspanning aan. Sport was daarbij een vruchtbaar voertuig voor verbroedering. Omdat clubteams uit de Sovjet-Unie tot midden jaren zestig niet aan de Europese bekercompetities deelnamen, waren vriendschappelijke wedstrijden voor de Russen de enige mogelijkheid om zich buiten de officiële interlandwedstrijden met West-Europese ploegen te meten.

Feyenoord

Zo speelde het Rotterdamse Feyenoord op 17 maart 1960 in een uitverkochte Kuip tegen een elftal dat bestond uit een combinatie van spelers van Spartak en Dynamo Moskou. Het had de organisatie het voor die tijd gigantische bedrag van 75.000 gulden gekost om de Sovjet ploeg naar Nederland te krijgen.

Daar stond tegen over dat Feijenoord als eerste westerse club een wedstrijd in de Sovjet Unie mocht komen spelen en dat gebeurde later dat jaar nog.

Het Moskouse team, met Yashin in de gelederen, dat in de Kuip verscheen bestond voor het merendeel uit spelers die niet veel later met de nationale ploeg deelnamen aan het allereerste EK. Feyenoord verloor de wedstrijd met slechts 0-1 en Yashin hield voor de zoveelste maal de nul!.

In mei 1960 was het dan zover: in Frankrijk mocht Yashin tijdens het EK laten zien wat hij waard was. In de halve finale werd Tsjechoslowakije met gemak met 3-0 verslagen, maar in de finale tegen Joegoslavië moest Yashin echt aan de bak. De ploegen waren aan elkaar gewaagd. Na 90 minuten spelen stond het 1-1. Alles leek nog mogelijk, maar de Joegoslaven hadden geen Yashin. Hij was soeverein in het zestienmetergebied en hield zijn doel vastberaden schoon. Toen spits Victor Ponedjelnik vlak voor tijd 2-1 maakte, werd de Sovjet-Unie de allereerste Europees kampioen.

Yashin bewees dat je geen spits hoefde te zijn om een voetbalster te worden. In 1963 ontving hij zelfs de Gouden Bal, de prijs voor de beste Europese voetballer van het jaar. Tot op heden is Yashin de enige keeper die deze prijs ontving.

Hij overleed op 20 maart 1990, slechts zestig jaar oud.

Voor wie zelf wil zien wat voor acties deze legendarische doelman in huis had moet de volgende site maar even met een bezoek vereren  https://youtu.be/6mqrTS1RGcw

Bron: Rugnummers 16 juni 2020 door Jurryt van de Vooren & Micha Peters / Nationaal Archief
Delen

Lees meer over:
Oude doos

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!